BlogsUitgelicht

Herman the German, de geest van Hangar 28

In de bunker op het verlaten terrein van de luchthaven Weeze, gebeuren dingen die niet verklaard kunnen worden. Er zijn negen identieke hangars, maar Hangar 28 is anders dan andere.

Tijdens de Koude Oorlog werkte de Duitse Hal Palmer als elektricien op de luchthaven Weeze, die toentertijd de basis vormde van de Royal Air Force. Op een dag viel het verwarmingssysteem in de bunker uit. Tot de verbazing van Palmer werkte de verwarming niet, maar het licht wel. Toen hij besloot dit grondig uit te zoeken, sprong de verwarming aan en voelde hij een ijzig briesje. De twintig centimeter dikke stalen deur vloog dicht, hoewel het buiten windstil was. Was dit Herman, de geest van een Duitse soldaat, rondspokend in Hangar 28 op zoek naar zijn laatste vrede? Zijn lichaam is nooit gevonden…

Inmiddels is de oud-militaire vliegbasis verlaten. Na al die jaren heeft Herman zijn rust, op hier en daar wat cityhoppers na, eindelijk gevonden en kan hij vredig rondspoken in zijn hangar. Totdat die rust ineens bruut verstoord wordt. Pompende bassen en snoeiharde kicks dreunen Herman uit zijn spookslaapje. “VERDAMMT, DER DRITTEN WELTKRIEG!” Gelukkig is hij hier op getraind, maar net nu hij dekking probeert te zoeken, ziet hij tot zijn grote verbazing geen marcherende soldaten, vliegen er geen kogels rond en missen de gigantische tanks.

Overal ziet Herman rondspringende mensen, waarvan er één op een podium staat met de spotlights in zijn gezicht omgeven door een groot gordijn van rook. Alsof er net een handgranaat is afgegaan. De man op het podium draait plaatjes, terwijl de anderen in het rond lijken te marcheren. Ze bewegen allemaal in de maat op de muziek. “Die op dat podium zal dan wel hun ‘commandant’ zijn,” bedenkt hij zich. Maar een uniform dragen ze niet en hun kisten zijn ingeruild voor flitsende sneakers.

Met deze herrie lijkt zijn zoektocht naar vrede weer te zijn begonnen. Is het geen Koude Oorlog, is het wel een dancefestival. Mopperend verlaat hij zijn geliefde bunker in de hoop wat rust te vinden, maar ook buiten de HAS 28 staat het hélemaal vol. Overal klinkt luide muziek, het ene nog harder en sneller dan het andere. Overal zijn mensen. En als ze niet aan het dansen zijn, huppelen ze wel uitgelaten over het terrein.

In alle bunkers en zelfs in de buitenlucht, klinkt dof gedreun en luid gejuich. Al snel komt Herman er achter dat het een dj is, die het hele publiek in extase brengt met betoverende platen. Harde, scheurende hardstyle komt voorbij. Er wordt gedanst als bezetene. Een vreemde gewaarwording. Zeker voor Herman the German, die toch al eventjes dood is.

Het gedreun doet hem denken aan oorlog, tanks, angstige mensen. Toch zeggen de lachende gezichten van het publiek iets anders. Hij ziet hun gezichten vertrekken op het moment van smerige kicks, hoe de zweetdruppels van hun afvliegen, hoe ze tijdens de breaks even op adem komen en ziet hun kippenvel op het moment van euforische melodieën. Nooit eerder heeft hij zoiets gezien.

Drie meisjes proberen tegelijk een Dixie in te sneaken, terwijl een jongen eindeloos wacht tot zijn flesje water is gevuld. Buiten bestelt iemand een patatje en nog geen vijf meter verderop gooit iemand de zijne eruit. In de bosjes. Een groepje praat wat, terwijl ze liggen in het gras. Sommigen zeggen niets en liggen hand in hand, stil met hun ogen dicht. Maar het meerendeel is aan het dansen. Bijna betoverd door de muziek.

In die dansende menigte, ziet hij hoe een meisje die een fluoriserend Haribobeertje op haar uitgestoken tong legt, bitter wegkijkt als ze het doorslikt. Nog geen half uur later staat ze uitbundig te dansen met haar ogen dicht en armen wijd in de lucht gestoken. Als Herman precies zo’n felgekleurd tabletje op de grond vindt, besluit hij een gokje te wagen. Dood is ‘ie toch al. Toch voelt hij zich na een klein half uurtje meer levend dan ooit. Zijn zintuigen worden op scherp gezet, zijn pupillen worden groter en hij voelt tintelingen door zijn hele lichaam gaan. En ineens begrijpt hij het gevoel. Het gevoel van hardstyle.

Hij voelt zich volledig opgaan in de dansende massa. Overal zwetende mensen. Rook. Felgekleurde lasers. Heerlijke herrie. Hij voelt hoe de trillingen van de bass diep tot hem doordringen, gooit zijn stoffige helm af en trekt zijn gescheurde, oude jas uit. Het voelt alsof hij op wolkjes loopt. Zweeft. En waagt zelfs een poging tot meestampen op de maat van de muziek. De uren verstrijken, maar Herman gaat door. Totdat het weer licht wordt. In tijden heeft hij zich niet zo levend gevoeld.

Haribo macht Kinder froh… und erwachsen und sogar Geisten ebenso. De wereld van Herman the German bestaat niet langer meer uit de stilte in die ene hangar op de voormalige RAF-basis, niet langer meer uit rondspoken en voorbijgangers de stuipen op het lijf jagen. Er is een compleet nieuwe wereld voor hem opengegaan. Een wereld van muziek, eenheid en samen zijn. Eindelijk heeft hij zijn rust gevonden. In zijn Hangar 28.

Source
Bron foto's: Q-dance
Tags
Show More

Birgit Roobol

Contentjunk, festival voyager en fulltime Duracelkonijn. Loopt rondjes en schrijft daarover, lult vijf kwartier in één uur (het liefst tegen vreemden op festivals) en is soms een tikkeltje rebels. "Want als er wind staat, ga je toch ook zeilen."
Close